Dali protocol

Deze pagina geeft een overzicht over de algemene grondbeginselen van het Dali protocol. Onderstaande kennis is tevens een vereiste om de "Dali advanced e-learning" goed te kunnen volgen. Aan het einde van deze pagina kunt u doorklikken naar de e-learning tab op deze website of, indien u reeds over voldoende Dali-kennis beschikt, kunt u direct door naar de E-LEARNING tab waarin u tevens een korte introductie vindt over de inhoud van de Dali advanced e-learning.


DALI staat voor ‘Digital Adressable Lighting Interface’. Het DALI protocol is de wereldwijde standaard voor het professioneel en digitaal aansturen van verlichting. DALI is in 2000 in het leven geroepen door een groep vooraanstaande fabrikanten van lampen en lichtoplossingen en kan gezien worden als de opvolger van DSI (Digital Serial Interface). De eerste versie van het DALI-protocol, de IEC 60929 annex E, is komen te vervallen per 23 juni 2014. Vanaf dan is de nieuwe IEC 62386 de standaard voor bedrijfsmatige lichtinstallaties.

 

DALI-2 is de nieuwste versie van de IEC 62386-norm voor DALI-technologie. Het bestaande DALI-1 protocol heeft een herstructurering ondergaan waar veel verbeteringen uitgekomen zijn zoals de toevoeging van nieuwe commando's en functionaliteiten. De toevoeging van uitwisselbare besturingsapparatuur, zoals adresseerbare controllers en inputs, is in ontwikkeling. De belangrijkste wijziging is dat DALI componenten niet meer door fabrikanten zelf gecertificeerd mogen worden maar de certificering door de onafhankelijke Digital Illumination Interface Alliance (DiiA) gedaan wordt. DALI-1 en DALI-2 LED drivers kunnen door elkaar toegepast worden.

Protocol

Belangrijkste eigenschappen

       -IEC62386 & 60929-annex E

  • 2-aderige kabel controlekabel, polariteit ongevoelig
  • 64 adressen (armaturen, sensoren, bedieningspanelen e.d.) per Dali lijn
  • geen relais of schakeling nodig voor het uitschakelen van de armaturen
  • terugkoppeling van de status van de driver (branduren, defecten, energieverbruik)
  • eenvoudige programmatie voor verschillende dimscenario’s per individu of groep van armaturen
  • internationaal standaard netwerk

VOORDELEN

NADELEN


  • polariteit onafhankelijke aansluiting van het controlesignaal
  • eenvoudige 2-aderige standaard kabel
  • Dali 2 maakt het mogelijk om ook regelapparatuur zoals bedieningspanelen en sensoren in het netwerk op te nemen
  • open protocol, dus niet gebonden aan 1 verlichtingsfabrikant of leverancier

 

  • kennis van programmatie is noodzakelijk
  • werkt niet goed met snelle kleurveranderingen
  • standaard beperkt tot 64 adressen
  • bij Dali 1 zijn niet alle drivers compatibel

 

 

 


Infographic Dali

Wil je de belangrijkste eigenschappen over het Dali protocol in een makkelijk overzicht hebben? Download dan de onderstaande info-graphic.

Download
Infographic Dali advanced.pdf
Adobe Acrobat document 138.8 KB

Dali basisschema

Onderstaand schema toont je een voorbeeld met, in de praktijk, veel voorkomende componenten, aangesloten op de Dali bus. Bij de armaturen ziet men vaak onderscheid tussen die waar de driver geïntegreerd zit (of soms zelfs 2 drivers zoals bijvoorbeeld bij tunable white) of zich extern bevindt (bijvoorbeeld in een vals plafond). De driver zelf kan dan van het type stroomsturing of spanningssturing zijn al naargelang het type led-oplossing waar de fabrikant mee gewerkt heeft.

Belangrijk is te letten op het Dali symbool op de driver: drivers van de Dali 1 versie zijn niet noodzakelijk compatibel met elkaar omdat ze door de fabrikant zelf mogen worden gecertificeerd, die van Dali 2 versie zijn dat wel omdat ze door een externe instantie, de Digital Illumination Interface Alliance (ofwel DiiA), worden gecertificeerd.

 

  Dali label, door fabrikant zelf gecertificeerd

 

Dali 2, door DiiA gecertificeerd

Typische Dali bus-lijn


Dali voeding:

De Dali voeding heeft een interne stroombeperking en laat de devices over de lijn toe om te communiceren, zonder dat ze daarbij eigen vermogen hoeven te gebruiken. De voeding laat tevens toe om power te voorzien aan schakelaars en sensoren zonder dat ze daarbij extern gevoed moeten worden.

 

De Dali voeding wordt altijd aangesloten op de bus. Hij stuurt maximaal 250 mA over de Dali-bus. De betere voedingen hebben een elektronische overstroom-, kortsluit- en oververhittingsbeveiliging.



Dali devices:

64 devices kunnen geconnecteerd worden op 1 Dali lijn. Dit kunnen drivers, ballasten, controllers, actuatoren, sensoren of switches zijn.

De Dali drivers kunnen overal op de Dali lijn worden toegevoegd. Elk Dali device kan individueel geadresseerd worden en dus ook individueel worden aangestuurd of gedimd. Via een zogenaamde "broadcast" kunnen alle devices tegelijkertijd worden bediend of kan men ze per groep gaan aansturen. In de Dali ballasten zelf kan men ook meerdere lichtscenes (16 max.) programmeren.

 

Omdat Dali bi-directioneel is kan men ook gegevens zoals branduren en status uitlezen. Let wel op: dit kan per fabrikant verschillend zijn!


 

Dali router:

 


Via een Dali router kunnen we een Dali netwerk gaan koppelen met het internet of een BMS. Dali routers hebben, afhankelijk van de fabrikant, 1 of meerdere Dali netwerken die ze kunnen koppelen. Men kan op deze manier een groter netwerk uitbouwen, bestaande uit meerdere Dali netwerken. De Dali router wordt ook meestal gebruikt om het netwerk in te regelen, bijvoorbeeld: het creëren van groepen en scenes, eventueel gekoppeld aan sensoren en switches of bedieningspanelen.




 

Indien u denkt voldoende vertrouwd te zijn met de kennis over het Dali protocol, dan kunt u op de afbeelding hiernaast doorklikken naar de E-LEARNING tab waar u tevens meer inhoudelijke informatie kunt lezen over de opzet.